Schonenbergsingel Afdrukken E-mail

Heden, anno 2010

Kastanjeboom SchonenbergsingelVanaf de Arnhemsestraatweg loopt de Schonenbergsingel omhoog met een bocht naar links naar de Daalhuizerweg.

De meeste huizen zijn vrijstaande villa’s, gebouwd rond 1910, maar er zijn ook nieuwere woningen gebouwd, bijvoorbeeld de huizen aan het noordelijke gedeelte van de singel.

Midden op de Schonenbergsingel, daar waar de Waldeck Pyrmontlaan eindigt staat een grote kastanjeboom. Zie de foto, gemaakt door Roelof Huisman. Het is bekend dat de boom er in 1940 in ieder geval stond. De Schonenbergsingel is ook bekend vanwege de acacia’s, deze bomen staan tussen de stoeptegels. Ook in de Dillenburglaan en de Waldeck Pyrmontlaan staan deze bomen, ze horen bij de wijk.

 

Huidige nijverheid
Op nummer 7 is Villa Vakantiewoningen B.V. gevestigd.

Verleden

Schonenbergsingel 1918

De Schonenbergsingel was één van de lanen van voormalig villapark ‘Ma Retraite’. De Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterreinen te Velp, waar de heer W. Honig directeur van was, wilde hier een villapark bouwen vergelijkbaar met Overbeek. De structuur van de straten is in deze periode ontstaan. De straatnaam Schonenbergsingel dateert van 1918, toen de straat eigendom werd van de gemeente Rheden.

 

 

De naam, Schonenbergsingel verwijst naar het vroegere landgoed ‘Schoonenberg’, maar waar singel naar verwijst vraagt menigeen zich af. Een wijkbewoner denkt dat de straat singel genoemd is omdat deze rond loopt net als een gracht.

Bijzonderheden

Pestvogel in de Schonenbergsingel
Luuk Hekelaar uit groep 5, een leerling van de basisschool De Arnhorst, zag de vogel als eerste. Hij attendeerde conciërge Cor Bansberg omdat hij "een hele mooie vogel" zag aan de overkant van de straat. Luuk bleek inderdaad iets bijzonders gespot te hebben, de pestvogel! Een half uur na Luuk zijn ontdekking stond de Schonenbergsingel vol met vogelspotters. Er waren 4 pestvogels neergestreken in een Acacia! Natuurfotografen en vogelliefhebbers kwamen uit het hele land om de vogel met eigen ogen te zien. "Een cadeautje" noemde één van liefhebbers het.
De pestvogel, oorspronkelijk afkomstig uit het noorden van Scandinavië en Siberië, laat zich maar zelden zien in de winter in Nederland.
Nog wekenlang stonden liefhebbers van de vogel, gewapend met enorme lenzen, in de kou te kijken of de vogel(s) zich nogmaals zouden laten zien. Soms werden ze van koffie voorzien door de school, want het was koud die maand december in 2016.

 

Nijverheid in het verleden
Op voormalig landgoed Schoonenberg ligt de oorsprong van de huidige betonfabriek ‘De Meteoor’. Schonenbergsingel nummer 7 was vroeger een schooltje, een school voor meisjes. Mej. L. Kuijl deed in 1910 de aanvraag voor de bouw van dit pand. Later heeft dit pand dienst gedaan als pension, pension Dorenbosch. De villa met huisnummer 3 is vroeger een bibliotheek geweest, de Gelderse Bibliotheek Centrale. Op nummer 9/9a zat vroeger een accountancy bureau, Midneve Beheer. Tussen de Schonenbergsingel en de Van Pallandtstraat lag de tuinderij van Willemsen.

 

Landhuis Oldenhove
OldenhoveOp de plaats van de nieuwere huizen in het noordelijke gedeelte van de singel, tussen de Schonenbergsingel en de Van Pallandtstraat, stond vroeger het landhuis ‘Oldenhove’. Hier woonde de familie Menalda. Het huis is omstreeks 1976 afgebroken. Meneer en mevrouw van de Put, wonende aan de Schonenbergsingel, weten hier nog van. in hun in huis hangt een aandenken. Het is een elektrisch belbord, dat vroeger gebruikt werd om het personeel te roepen. Het is gemaakt door C.H. Vunderink Electr. Installaties Velp. Ook in het huis op nummer 58 is nog een Belbordaandenken te vinden. Hier bevinden zich glas in lood ruiten die afkomstig zijn uit landhuis ‘Oldenhove’. In  1978 werden de huidige nieuwbouw woningen opgeleverd. De foto van het landhuis is ter beschikking gesteld door de heer en mevrouw Berends en gemaakt door de heer G.W. Berends, waarschijnlijk in de zeventiger jaren.

 

 

 

Het stuk grond tussen de Dillenburglaan en de Schonenbergsingel was begin 20e eeuw eigendom van Jhr. H.M. van der Wijck van de tegenover liggende Villa de Arnhorst aan de Daalhuizerweg (hoek met de Schonenbergsingel). Het terrein bestond uit perceel F723 ‘opgaande boomen’ en F887 ‘tuin’.
In 1933 nam Andries Hermanus de Kruif, bouwondernemer uit Arnhem, het eigendom over en ontwikkelde een plan voor 6 dubbele en 1 enkel huis. De aanvrage voor bouwvergunning is te vinden in de bouwdossiers GA 2508/131-95 en 2508/136-95. De architect was J.W.Franken. De bouwkosten waren f9000 voor een dubbel huis, en f5000 voor het enkele huis. De huizen werden in 1935 bewoond.
Het terrein werd verkaveld in 13 percelen en in delen verkocht.
Dillenburglaan 4 kwam in eigendom van, en werd bewoond door, Anna Maria Sophia Ter Kuile, douarière Dr. Gustaaf Willem baron van der Feltz. Dit deel van het eerste dubbele pand is aan het eind van de oorlog grotendeels verwoest en daarna herbouwd.
Dillenburglaan 6 t/m 12 en Schonenbergsingel 37 en 33 werden eigendom van de fam. Van der Grinten – EverKadastrale kaart 1975ard, en werden verhuurd.
Schonenbergsingel 35 werd eigendom van en bewoond door fam. Petri – Smeding.
Schonenbergsingel 31 t/m 25 kwam in eigendom van Hermanus Berendsen, metselaar/makelaar, en de huizen werden verhuurd.
Het enkele huis Schonenbergsingel 23 werd eigendom van en bewoond door Arie Kruymel.
Op de kaart (1975) is de indeling van de kavels te zien. Voor het enkele huis bleef er nog een puntvormig perceel over.

Garage met chauffeurswoning
Het huis met de luiken aan de Schonenbergsingel op nummer 21 is gebouwd als een 'garage met chauffeurswoning' behorende bij villa 'Mezzo Monte'. Dit is Italiaans en betekent 'Halverweg de Berg'. De villa stond op de hoek van de Waldeck Pyrmontlaan en de Dillenburglaan.

Gedeelte van de bouwtekening Schonenbergsingel 21

De bouwaanvraag van het huis nummer 21 is van 1931 en gedaan door meneer J.J.A. Quintus, de toenmalige eigenaar en bewoner van villa Mezzo Monte. De opgegeven bouwkosten waren ƒ5500.00. De architect was de heer M.J. Hols. Op de bouwtekening wordt de ruimte voor de garage aangegeven als zijnde een 'spoelplaats'.
Aangezien de heer Quintus zich een auto met chauffeur kon veroorloven en nog een huis kon laten bouwen moet hij een vermogend man zijn geweest. De eerste bewoner van huisnummer 21 was de heer D. de Vries, vermoedelijk was hij de chauffeur van meneer Quintus.
In een brief van Burgemeester en wethouders waarin staat dat ze besloten hebben de bouwaanvraag te honoreren, staat ook dat ze: 'een vergunning verlenen om ten behoeve van dezen bouw over het trottoir ter plaatse te rijden, op voorwaarde, dat vooraf een waarborgsom van ƒ25.00 worde gestort ten kantore van de Afdeling Boekhouding ten Gemeentehuize te de Steeg, welk bedrag bij behoorlijke oplevering van het trottoir in zijn geheel en overigens na aftrek der van Gemeentewege te maken onkosten, zal worden terug betaald'.

Schonenbergsingel 34
Aan de Schonenbergsingel ter hoogte van de huidige nummers 34 en 36 stond een landhuisje. De laatste bewoners, was de familie Roders. Toen de heer en mevrouw Roders al op leeftijd waren werd de grote boomgaard links van het huis niet meer onderhouden. In de boomgaard stonden oude appelbomen, waarschijnlijk oude rassen. Er werd wel gezegd dat het een overblijfsel was van een oude tuinderij, die hier geweest is. Ook stond er een magnoliaboom, die twee keer per jaar in bloei stond en een grote seringenboom. Een overbuurvrouw vertelde dat als deze in bloei stond, onbekenden kwamen met snoeischaar in de hand om overhangende takken mee te nemen.
Na het overlijden van de mevrouw en meneer Roders is de zoon verhuisd naar Dieren. Het huis zou gesloopt worden om plaats te maken voor nieuwbouw. Aanvankelijk was er het plan om er drie nieuwe huizen neer te zetten. In het najaar van 1988 is het landhuisje afgebroken.

Schonenbergsingel 34

De buren, de heer en mevrouw Fleming, vertellen: 'Bij het afbreken van het huis is er 's nachts brand ontstaan in het opgeslagen sloophout, zodanig dat de brandweer eraan te pas moest komen. Toen de aannemer van de gemeente de volgende dag meteen verder moest met het slopen, raakte een zware sloopkogel een zijmuur verkeerd, waardoor deze muur onze hele zijtuin vernield heeft. En we de voordeur niet meer in konden. Men heeft alles weer opgeruimd en schoongemaakt. De verzekering dekte de schade.'
Op de foto is het, het linkerhuis met serre en balkon. De foto is waarschijnlijk gemaakt in de zeventiger jaren door de heer Berends


Verkaveling
In de Schonenbergsingel zijn op verschillende plaatsen wat nieuwere huizen gebouwd op grond welke oorspronkelijk bij een pand hoorde:
De grond waar de huizen met de nummers 22 en 24 op staan behoorde vroeger bij het grote pand met nummer 26.
De grond waar nu de huizen met de nummers 27 en 29 in de Koningstraat (en Bergweg 51) staan behoorde vroeger bij het huis met nummer 28. Dit is goed te zien op een kaartje van villapark Ma Retraite.
De grond waar nu de huizen met de nummers 34 en 36 staan, was vroeger één perceel. Er stond een villa met de naam ‘Saparoea’.
De grond waar nu de huizen met de nummers 12 en 14 staan hoorde vroeger bij nummer 10.

Villa Charlotte en Schonenberg
Ook is het pand met huisnummer 2, Villa Charlotte, het vermelden waard. Hier heeft Lydia Rood, een bekend schrijfster, gewoond. Opvallend is ook villa Schonenberg (nummer 30) boven op de berg, nabij de Koningstraat.

Op de bres voor de boom
Het jaar 2012 was het jaar van 'de bomen'. De gemeente besloot de kapvergunning af te schaffen. Hier kwaRondom de Kastanjeboommen veel mensen tegen in opstand. Onder andere de Stichting Behoud Karakter Velp. Zij vertegenwoordigden ongeveer 30 belangengroepen. Na een proces van een jaar kwamen Behoud Karakter Velp en de gemeente tot een compromis. De lijst met beschermde bomen wordt kritisch bekeken en aangevuld. Alle burgers kunnen hiervoor een boom aanmelden, mits deze aan de criteria van de gemeente voldoet. (Deze staan vermeld op de site van de gemeente). Verder moet de onlangs verschenen nota 'burgerparticipatie' voldoende bescherming bieden.
Op de foto buurtbewoners van de Schonenbergsingel en de Waldeck Pyrmontlaan rondom de kastanjeboom. Toen hen ter ore kwam dat de Gemeente het kapbeleid wilde vereenvoudigen vroegen ze aandacht voor deze boom en deden zij het verzoek de boom op de lijst van beschermde bomen te plaatsen. De boom is voor deze buurtbewoners niet weg te denken in verband met de sociale cohesie. Op uitnodigingen wordt vermeld: 'Aan de buurtbewoners rondom de kastanjeboom'. Journalist Marc van Onna schreef er in De Gelderlander d.d. 4-6-2011 een artikel over en maakte de foto. 

Monumenten
De woningen met de huisnummers 3 en 4 zijn gemeentelijke Monumenten.

Tweede Wereldoorlog
De familie Monsma verhuisde vlak voor de oorlog van de Van Pallandtstraat naar de Schonenbergsingel nummer 20. Meneer Monsma was gemeenteontvanger. Zij hadden 6 kinderen. De heer J.F. en mevrouw J.C. Monsma waren actief in het verzet. Na de oorlog wordt de heer Monsma geëerd als een belangrijk verzetsman; hij zorgde voor persoonsbewijzen, voedselbonnen, onderduikadressen, enzovoort.
Dat er in het gezin Monsma drie Joodse kinderen de oorlog hebben overleefd, weet bijna niemand. In 1942 werden 2 Joodse jongentjes, 'als neefjes uit het westen' in het gezin opgenomen, Lex van Gelderen en Loutje Rozendaal. Loutje Rozendaal is 6 jaar oud, als hij in 1942, samen met zijn ouders en oudere zusje halsoverkop hun huis moet ontvluchten, omdat de Arnhemse politie joden uit hun huizen gaat halen. Het echtpaar Rozendaal overleeft de oorlog op de Laarweg.
In het boek 'Verborgen in Velp, 1940-1945, Nooit vertelde verhalen over moed, verzet en onderduikers' staat ook te lezen dat er in het najaar van 1943 onverwacht ook nog een dochtertje 'geboren' wordt, Gemma Maria. In het grote katholieke gezin passen de grote op de kinderen op de kleintjes, zo kreeg zoon Fokko Monsma, toen 9 jaar, de kleine Gemma onder zijn hoede. Op de dag van de bevrijding blijkt dat Gemma niet zijn zusje is, maar een dochtertje van onbekende Joodse ouders ...
Dankzij het boek van Gety Hengeveld is de verblijfplaats van Gemma Maria (mevr. Schön) gevonden. Zij woont in Tel Aviv en kreeg in 2014 voor het eerst te horen over haar onderduiktijd.
Op 16 mei 2014 vond er in de villa aan de Schonenbergsingel een bijzondere ontmoeting plaats. De huidige bewoners ontvingen mevrouw Evelyne Schön, Fokko Monsma, nog een broer en een zus en één van de onderduikjongetjes, Louis Rozendaal.
De heer Fokko Monsma vertelt:
'Voor mij was het destijds een enorme schok om te horen dat Gemma niet mijn zusje bleek te zijn. Verder was de oorlog voor mij als een spannend jongensboek.
Wij woonden als gezin bij het uitbreken van de oorlog al in ons huis aan de Schonenbergsingel. Dat weet ik heel zeker omdat ik me herinner dat mijn broer en ik, onder tranen van mijn moeder en oudere zusjes, uit bed werden gehaald en beneden in de voorkamer aangekleed werden op die bekende ochtend.
In het bosje tegenover ons huis stond een grote beuk, verschillende eiken en er waren open plekken. In de oorlog deed het dienst als kampement voor de Duitsers, die uit Frankrijk terugtrokken, als kampement voor de bevrijders en als veldkeuken.
Veel villa's in de omgeving waren gevorderd door de Duitsers, waaronder Mezzo Monte Nieuw Terhorn en Mon Repos. Bij deze villa waren de deurkrukken weggehaald, maar wij jongens hadden een deurkruk, welke precies paste, zodat we toch naar binnen konden om op onderzoek uit te gaan.
Voor ons huis op straat stond een afzetting, het was Spergebied. Vader had een doorgang gemaakt in het hek tussen ons en de buren, zodat mensen er toch door konden.
Een paar weken voor de bevrijding lagen de beuken van de Arnhemsestraatweg vanaf de Laarweg tot aan de Daalhuizerweg over de weg als een enorme wegversperring. Er lagen ook mijnen.
Bij onze buren is er een granaat ingeslagen. Scherven schampten de bakstenen muur van het balkon aan de achterkant van ons huis. Tot grote schrik beseften mijn moeder en Mien Roos dat Gemma daar buiten nog lag te slapen. Er was allemaal rode poeder op haar neer gedwarreld. Mien Roos was ons inwonend dienstmeisje van begin jaren dertig tot eind jaren veertig toen ze trouwde.
Mijn broer en ik waren misdienaar, niet in de eigen fraaie kapel van het zusterklooster op Larenstein, maar in de geïmproviseerde kapel in het gebouw Sancta Maria, dat apart lag, rechts even na het begin van de oprijlaan. Deze ruimte was afgestaan aan de paters van de oude Velperweg toen zij moesten evacueren. Deze paters hebben ook nog een tijdje in twee villa's aan de Arnhemsestraatweg onderdak gehad. Na de bevrijding mochten zij als vrijwel de eersten weer terug naar hun klooster. Als misdienaars hadden mijn broer en ik toen aparte pasjes om langs kordon F. in de nog lege en verboden stad Arnhem te komen.

De laatste dagen en nachten voor de bevrijding brachten we door in de kelder van ons huis. Dokter Kijlstra, een vriend van vader en woonachtig op nummer 5 van de Schonenbergsingel, kwam bij iedereen langs om te kijken of 'alles in orde' was. Ik herinner me dat mijn vader op een wat rustig moment vanuit het steekraampje op zolder poolshoogte wilde nemen. Toen hij het raam opende kreeg hij dit boven op zijn hoofd door een enorme explosie. Villa Mezzo Monte werd opgeblazen, waarschijnlijk omdat er een onderdeel van de SD was gevestigd. Als kinderen vonden we die knal en de buil op het hoofd van Pa hoogst interessant.
Op 16 april stond er een onbekende boven aan de keldertrap met een Engelse sigaret. Hij maakte onderdeel uit van de stoottroepen van de bevrijders. Hierna kwamen de tanks over de Schonenbergsingel en gingen naar de Koningstraat. Ze hadden haast om Velp te bevrijden.'
De huidige bewoners, de heer en mevrouw Schuuring, betrokken in 1986 de villa. Zij ontdekten een bevloerde en een niet bevloerde zolder. Op het gedeelte van de niet bevloerde zolder vonden zij een bed van stro, kleren en een paar schoenen, een fietsplaatje en een autootje. 'Vermoedelijk was dit de schuilplaats van een onderduiker, het moet niet makkelijk geweest zijn om hier snel te komen', vertelt de heer Schuuring (2013).Tot op de dag van vandaag is onbekend voor wie dit bed een onderduikplaats is geweest .

De heer Fokko Monsma haalt herinneringen op aan de buurt (2014):
Menneer Monsma (geboren in 1934) woonde van 1940 tot 1945 aan de Schonenbergsingel nummer 20 met zijn ouders en broers en zussen. In 1945 verliet hij Velp in verband met studie. Van 1950 tot 1956 was hij weer thuis in Velp. Hij heeft toen het gymnasium afgemaakt en is in militaire dienst geweest.
'Mijn lagere school was indertijd de Bisschop Staalschool in de Nieuwstraat. Vaak gingen we voetballend naar huis. Al op de kleuterschool waren we met z'n vieren dikke vrienden: Theo Kamps (Vlashofstraat), Ton Mars (Enkweg), Giel Willemsen (Alexanderstraat) en ik. Ik kan me nog herinneringen dat wij samen, als kleuters, eens van school weggelopen zijn. Dit natuurlijk tot grote schrik van school, ouders en politie. Ik heb veel tijd doorgebracht bij de familie Mars, Ton was vriend en klasgenoot. Dichter bij huis was ik bevriend met o.a. Rinse Kijlstra (nr.5), Daan en Doret Forbes Wells (nr.2), Jaap en Bart Jansen (nr.30) allen uit onze straat. Uit de buurt kende ik Fre van der Lande (Arnhemsestraatweg), Jantje Siebelink (Bergweg), Jan van Egmond (Waldeck Pyrmontlaan) en diens vrienden Lex van Brederode en Hugo de Groot. Dat er achter deze opsomming wel wat meer schuilgaat, laat zich raden, vooral omdat dit ook de oorlogstijd betreft. Na de lagere school heb ik vier jaar op een seminarie in Tilburg gezeten, mijn gym afgemaakt in Arnhem en na 2 jaar militaire dienst in Nijmegen gestudeerd en dus vrij weinig meer opgestoken van het Velpse.
Over de buurt herinner ik me dat er tegenover ons huis een stukje bos was met een enorme beuk en in het midden wat eiken en verder wat open plekken. Het heeft dienst gedaan als ons speelterrein.
In villa Mezzo Monte woonde mevrouw Quintes. Meneer Bertens (nr. 10) had een geit, die graasde op een stuk open land dat tegenover zijn huis lag en toen doorliep tot aan de Waldeck Pyrmontlaan. Zij stond hier altijd tussen de tuin van dokter Kaas en de oprit van de familie Molenaars. Aan de kant van de Schonenbersingel was een stuk in gebruik als moestuin, deels bij mijn vader en deels bij de heer Bertens.
Op nummer 15 woonden de dames Visser. Agent Bloem woonde op nummer 18. Op nummer 26 Capelle van Walsum, daar gingen we weleens sleeën in de tuin. Ze hadden drie zonen, Aard, Piet en ?. Boven in één van de kamers hadden ze een prachtige elektrische treinbaan, maar we mochten nergens aankomen. Op nummer 28 woonde Rommerts. Bovenaan de Schonenbergsingel, in 'Het Huis op de Berg' (nr.30) woonde meneer Jansen, hij was meester aan de Bisschop Staalschool en hopman bij de padvinderij.
Op nummer 8 van de Waldeck Pyrmontlaan woonde van Egmond, directeur van het slachthuis. Familie Kaas woonde op nummer 20. Achter het huis verbouwden ze tabaksplanten.
Op de vijver bij Daalhuizen gingen we schaatsen. In het zwarte hek bij Daalhuizen was ergens een spijl rot, wij jongens wisten dat precies en gingen daar het landgoed op.
We speelden ook regelmatig in de kelder van het kapotte huis van Spiele, de villa op de hoek van de Daalhuizerweg en de Arnhemsestraatweg.
Van der Lande van Nw. Terhorn had één van de eerste auto's, voor ons een bezienswaardigheid.'

 

 

 

 

Copyright © 2012 Historievandaalhuizen.nl. Admin