Juwelier Verstraate Afdrukken E-mail


Aan de Arnhemsestraatweg op nummer 4/6, naast het vrij nieuwe appartementencomplex, staat een huis dicht aan de weg. In 1873 kocht Harmen Geerlings, graanboer dit pand van de eigenares, freule Helena van der Burch van Spieringshoek. Ze was toentertijd de bewoonster van huize Schoonenberg.

Vervolgens werd in 1916 het huis verkocht aan de heer C. Verstraate.Ansichtkaart Juwelier Verstraate, uit het privealbum van de familie Verstraate

Cornelis Verstraate (geboren 25-9-1871, overleden 11-2-1964) trouwde op 19 augustus 1902 met Dirkje Gillot (geboren 23-9-1874, overleden 8-3-1958). In dat zelfde jaar 1902 was hij een eigen reparatie inrichting in uurwerken, goud en zilver begonnen in de Oranjestraat. Na de aankoop van het huis aan de Arnhemsestraatweg 4/6 werd daar de winkel voortgezet onder de naam Fa. C. Verstraate Juwelier-Horloger. Hoogstwaarschijnlijk heeft Cornelis Verstraate in het oorspronkelijke woonhuis een winkelpui laten bouwen, zoals op de ansichtkaart te zien is. Opvallend waren de randen met gekleurde gemetselde stenen en de houten rolluiken. (In de opening staat zoon Martinus)

Het gezin (zij kregen 5 kinderen, 2 zoons en 3 dochters) woonde boven de winkel. De andere helft, nummer 6 werd verhuurd.

Vanaf de jaren 1920/1921 waren de oudste zoon Martinus Verstraate (geboren 5-3-1907, overleden 1-3-1992) en de oudste dochter Hendrika Catherina (Hennie) Verstraate (geboren 22-1-1904, overleden in 1979) ook in de winkel werkzaam. Martinus was eveneens klokken- en horlogemaker en runde later Zussen Verstraate, foto uit het familiealbum Verstraatesamen met zijn oudste zuster Hennie de winkel. Zus Hennie Verstraate herstelde alle sieraden en ontwierp deze ook. Ze zit op de foto, rechts, naast haar zus An.

De andere zussen hebben ook hun steentje bijgedragen, waaronder mevrouw An BeninkVerstraate, (getrouwd met leraar Benink van School 1), zij werkte tot de oorlog mee in het bedrijf. Ze deed er wel een week over om alles schoon te maken. Behalve alle klokken, horloges enzovoort was er ook het goud en zilverwerk. Bovendien moest al het zilver elke week gepoetst worden. Hierna hielp ze net als andere familieleden, incidenteel in de winkel.

De winkel stond goed aangeschreven bij de Velpse bevolking. Heel bekend was het dealerschap van de firma Keltum, vooral bestek en bestekonderdelen, en het horlogemerk Pontiac. De reclame hiervoor was aan de straatkant aan de gevel bevestigd. Om aan te duiden waar de winkel was hanteerden veel Velpenaren de gevleugelde uitspraak: 'Voor aan Velp'

 Een passage uit het boek van H. Kerkkamp, Historie van Velp en Rozendaal:
"Het oude uurwerk in de Oude Jan heeft het eindelijk opgegeven. Een inzender klaagde d.d. 13 Jan 1922 in de Velpsche Courant: "Het Oude Jaar heeft hij (de Oude Jan) ditmaal niet uit-, noch het Nieuwe ingeluid. Alleen des Zondags, als er met geweld aan hem getrokken wordt, geeft hij geluid, maar anders zwijgt hij als het graf. De levens-sappen in het uurwerk van Oude Jan zijn niet vele meer en de menschen die in zijn nabijheid wonen, zouden toch zoo gaarne zijn klank weder hooren, zij missen dat geluid bij dag en nacht. Zou er misschien geen knappe klokken-dokter te vinden zijn, die wat nieuwe kracht aan het oudje zou kunnen brengen?"
Het bleek evenwel voor den knappen klokkendokter een hopeloos geval; het was nog wat sukkelen, doch tenslotte wilde het uurwerk na de meest nauwgezette reparaties niet meer functionneeren. Aanschaffing van een nieuw ter vervanging van het versletene was onvermijdelijk. Een Oude-Jan-commissie zamelde gelden in. ƒ700 van de geërfden van Velp, in 1925 geschonken, maakten tenslotte het benodigde bedrag vol. De Velpsche horlogemaker C. Verstraate leverde een nieuw uurwerk.
Het afgedankte instrument kreeg een plaatsje in het Oudheidkundig Museum. (Streekmuseum.)"

De heer C. Verstraate had de verantwoording voor de kerkklok van de Oude Jan. Het was van belang dat deze op tijd liep. Het was een behoorlijke klus, alle trappen op en dan in de toren de klok met een zwengel opdraaien. Als er in of aan de klok iets kapot was moest dit ter plaatse in de toren worden gerepareerd, dit in verband met de grootte van de klok. Ook heeft hij de klokken in het oude Velpse Ziekenhuis (Tramstraat*) opgewonden en voor reparatie en onderhoud meegenomen. Deze beide werkzaamheden deed hij iedere week op maandag.

*In het boek "100 jaar ziekenhuis Velp" staat vermeld dat de talrijke klokken in de Tramstraat tot de bouw van het nieuwe ziekenhuis door een horlogemaker uit het dorp werden opgewonden. Dit moet Verstraate geweest zijn.

De jongste dochter van Martinus Verstraate wist zich te herinneren dat haar vader ook de zorg had voor de klok van de Oude Jan en de klokken van het oude Velpse Ziekenhuis. Zo vader, zo zoon.

Martinus Verstraate, foto uit het familiealbum

De heer C. Verstraate heeft zijn werk voor de winkel tot op hoge leeftijd gedaan (ongeveer 75 jaar).

Martinus Verstraate stond beter bekend als Rap Verstraate, hij voetbalde fanatiek bij V.V.O. en heeft menigmaal de Nijmeegse vierdaagse gelopen, waarbij hij steevast als een van de eerste binnenkwam. Dit leverde hem de bijnaam Rap op. Op de foto Martinus Verstraate, op latere leeftijd, druk bezig met zijn dagelijkse werk in zijn werkplaats.(1965)

In een Herdenkingsboekje uitgebracht ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan in 1926 van 'Olympia', beter bekend als voetbalvereniging V.V.O., stond een advertentie waarin bij Verstraate ook 'Medailles, Bekers en verdere sportartikelen' te koop werden aangeboden.

Voor de openingsmatch V.V.O. tegen Robur et Velocitas in het seizoen 1921-1922 stelt horlogier Verstraate een zilveren medaille ter beschikking, zo staat in het boekje 'V.V.O. gaat nooit verloren' 1901-3maart-2001.

Advertentie VerstraateOok stond er een advertentie van de Fa. C. Verstraate op een plattegrond /wegenkaart van Velp, Rozendaal van 1967 met de tekst: 'Uurwerken, goud en zilver, Anno 1902 – Sedert 65 jaar eigen reparatie-inrichting.'(advertentie)

 

Verbouwing van de winkel, foto uit privealbum van de familie Verstraate Winkel juwelier Verstraate Winkel Verstraate, foto uit het privealbum van de familie Verstraate

De linker afbeelding bij deze tekst toont het winkelpand van de firma Verstraate tijdens de verbouwing in 1935 (Zie bouwdossier GA). De winkel kreeg een extra etalage ruit aan de zijkant van het pand en een nieuwe ingang. De foto in het midden is ter beschikking gesteld door de heer en mevrouw Berends en gemaakt net na doorlog door de heer G.W. Berends. Het schildje aan de gevel heeft er niet altijd gehangen, waarschijnlijk dateert het uit de begintijd. Meteen links op de hoek, in een nisje, zat de winkeldeur. Verder naar achter zat de voordeur. Naast de werkplaats bevond zich de tussenkamer, waar de 'reizigers' werden ontvangen. Dit waren vertegenwoordigers die hun nieuwste waar probeerden te verkopen; klokken, horloges en onderdelen, bijvoorbeeld zilveren vaasjes en bonbonschaaltjes. Op de rechter foto is het schildje vervangen door de klok en het uithangbord met Keltum.

Verder lag achter het pand een enorme moestuin.

In 1960 toen de gezondheid van Cornelis Verstraate achteruit ging kregen Martinus en Hendrika Verstraate het pand in eigendom. Na zijn overlijden in 1964 heeft het gezin van Martinus Verstraate boven de winkel gewoond en Hendrika Verstraate verhuisde naar de bovenverdieping van nummer 6.

Een zoon vertelde dat de kamers 3.30m hoog waren, een hele klus om te behangen. Het was een oud huis zonder spouw en de wanden waren betengeld met jute. Maar het was wel een villa met allure, mede gezien de ornamenten boven de ramen en het balkon.
Na ruim 70 jaar is de winkel in juli 1973 opgeheven omdat er geen belangstelling in opvolging en voortzetting was.

Informatie van Martien Verstraate (overleden 5-12-2014), zoon van Martinus Verstraate.

De heer Kees Benink is een kleinzoon van Cornelis Verstraate. Hij is een zoon van leraar (Koos) J.F. Benink en mevrouw A. (An) Benink-Verstraate. Moeder Benink-Verstraate was een dochter van juwelier Cornelis Verstraate.

Erfstuk van C. Verstraate
Herinneringen van Kees Benink:

'De genoemde Cornelis Verstraate was mijn opa, ik ben naar hem vernoemd. Tante Hennie runde de winkel. Ome Rap repareerde horloges en klokken. Mijn moeder hielp, voor haar trouwen, regelmatig mee in de winkel. Als tante Hennie de telefoon opnam zei ze altijd: 'U spreekt met horlogerie Verstraate, wat blieft U?' Daar moesten wij moesten daar altijd om grinniken. Het klonk zo ouderwets!
Als kind gingen we natuurlijk regelmatig bij opa en oma op bezoek. We, mijn zusje en ik, speelden dan met Tinke en Ilse onze nichtjes. Het mocht natuurlijk niet, maar uit verveling pakten we, als we de kans kregen, stiekem de sleutel van de werkplaats en zo konden we naar hartenlust snuffelen tussen de spullen. Niet in de reparatie natuurlijk, dat snapten we wel, maar in het oude bureau, waar in de laden, allerlei weliswaar kapotte, maar voor ons heel interessante spullen lagen.
Ook speelden we wel in de schuur. Daar werd het verpakkingsmateriaal opgeslagen. Soms vonden we een pakje waar nog een gedeelte van een bestelling in zat en vergeten was. Als we dan te horen kregen dat we daar niet mochten komen, zeiden we trots dat als wij er niet gespeeld hadden, ze het betreffende nooit terug gevonden hadden.
In de winkel had de toonbank had een glazen bovenkant. Zo konden de klanten de daarin uitgestalde ringen e.d. zien en aanwijzen wat ze eventueel wilden kopen.
Ook herinner ik mij nog allerlei benodigdheden uit de werkplaats. Vanuit de winkel moest je dan eerst een trapje op en een schuifdeur door om er te komen.
De werkbank van opa had aan de achterkant een 'gemarmerde' verhoging. Het was gemaakt van gewoon hout, maar zo geverfd, dat het op marmer (dat natuurlijk veel duurder was) leek.
Ik zie nog voor me hoe mijn tante een ring van iemands vinger zaagde als die te klein was geworden was; Met een zaagje, waaronder een metalen plaatje, dat tussen de ring en de vinger werd geschoven, zaagde ze dan de ring door. Het 'zaagsel' werd natuurlijk opgevangen. Dat was meestal goud of zilver. Daarna bouwde mijn tante in de werkplaats een soort van stellage van onbrandbare tegeltjes en plaatste die dan zo, dat ze de ring op zo'n tegeltje kon leggen . En met een blaaspijpje de vlam van de bunsenbrander precies op de goede plaats kon krijgen. Zo kon ze een extra stukje goud er tussen 'solderen' en de ring weer op maat krijgen. Ze verstond de kunst om tegelijk te blazen en adem te halen, zodat ze steeds door kon blijven blazen.

Blaaspijpje juwelier Verstraate Bruneerijzer juwelier Verstraate


In het oude bureau lagen ook bruneerijzers,waarmee bijvoorbeeld opgekrulde uiteinden van zilveren lepels weer in model konden worden gewreven. Opa vertelde dat dat een echt monnikenwerk was en bovendien veel kracht vereiste.
Burijnen werden gebruikt om mee te graveren, maar die waren toen al ouderwets en het graveerwerk werd uitbesteed aan Burein juwelier Verstraateeen echte graveur in Arnhem.
Ook lag er een grote zware ijzeren plaat met gaten, die van groot naar steeds kleiner gingen. Er hoorde een zware ijzeren tang bij, waarvan het handvat omgebogen was om meer houvast te hebben. Daarmee trok je een afgeknipte tand van een vork door eerst het grootste gat en daarna door steeds kleinere, zodat de tand steeds langer werd. Zo werd een spang geboren.
Ik heb ook een engranagepasser geërfd, een mooi stuk gereedschap, geheel van koper gemaakt, die gebruikt werd om het aantal tanden van een tandrad, dat stuk was te kunnen vernieuwen. Ik heb hem aan een reparateur van antieke klokken cadeau gedaan. Hij was er zielsblij mee en kon er nog goed mee werken ook. Bij de opkomst van de regulateur, die veel nauwkeuriger liep dan de oude stoeltjes klokken, werden deze bij bosjes ingeruild.
Op een keer moest ik in de tuin van opa een aantal van deze stoeltjesklokken stuk (Friese hangklok) slaan en verbranden. Dan was je van die oude rommel af zei opa.
met enige regelmaat kwamen vertegenwoordigers van bijvoorbeeld de firma Rogmans in de winkel. Ze kwamen vaak op woensdagmiddag en ik, als jongetje van een jaar of twaalf, werd dan gevraagd mee te helpen om een nieuwe collectie samen te stellen. Bijna onvoorstelbaar als ik daar nu aan terugdenk. Dat gebeurde in de tussenkamer waar het rustig was. De man had grote koffers bij zich met een zwart doek erover. Die ging eraf en dan kwamen er allemaal laatjes te voorschijn waar de horloges , de ringen en armbanden in lagen. Dat zou nu veel te gevaarlijk zijn om zo'n handelswaar mee te nemen.
Voordat een horloge werd afgeleverd, moet hij eerst 'gerepasseerd' worden, dat wil zeggen dat er dan een paar dagen gekeken werd of hij wel gelijk liep. Dat was dan mijn taak. Ik mocht ze zelfs omhouden naar school, wat wel de nodige reacties opriep. Er waren toen al enkele horloges met een centrale secondewijzer, en dat was wat in die tijd!
Was mijn tante aan de ene kant iemand die je verantwoordelijkheid liet dragen, aan de andere kant vertrouwde ze niemand met geld. Als er een pakje naar het postkantoor moest, werd dat eerst gezegeld met rode was en het firmastempel en daarna gewogen. Het moest ook altijd aangetekend worden. Vaak was die weegschaal van mijn tante niet accuraat vergeleken met die van het postkantoor, dan kon ik dus weer terug omdat ik niet genoeg geld had meegekregen, want dat was altijd afgepast.Doosjes juwelier Verstraate
Ik stond vaak in de werkplaats om te kijken hoe oom Rap een horloge aan het repareren was. Soms sprong er een veertje weg en riep oom Rap: 'Sta!' Dan moest ik stokstijf blijven staan en ging oom Rap eerst op zijn voorschoot kijken of het daar soms lag. Zo niet dan stond hij voorzichtig op en werd de hele omgeving zorgvuldig met een zacht stoffertje geveegd en meestal vond hij het dan wel weer terug. Maar owajemier als dat niet het geval was ... Dan moest er een nieuwe gepakt worden en dat kostte extra geld natuurlijk.'

 

Copyright © 2012 Historievandaalhuizen.nl. Admin