Pension 'Huize Margot' Afdrukken E-mail

Pension 'Huize Margot'
De moeder van de heer Henk Jaegermann, mevrouw Johanna Everdina Rietveld, runde al een pension in Arnhem. Mej. J.S. (Ans) Kemperman was daar toen al als dienstmeisje werkzaam.
Op 15-8-1955 verhuisden ze naar het pand aan de Arnhemsestraatweg 34 in Velp. Tijdens de verhuizing zijn er enkele gasten aan de Arnhemsestraatweg blijven wonen en er kwamen mensen uit Arnhem mee naar Velp. Mevr. Houwen was de eigenaar van het pand en runde er al een pension. In 1957 werd mevrouw Rietveld eigenaar van het pand. Mevrouw Houwen verhuisde naar elders.
Het pand droeg de naam 'Huize Margot'. Dit was de naam van de dochter van de eerste pensiongast.
Het pension werd gerund door moeder Rietveld, zoon Henk Jaegermann en mevrouw Kemperman. Meneer Jaegermann deed de administratie en de twee vrouwen zorgden voor de pensiongasten.
In 1962 zijn meneer Jaegerman en mevrouw Kemperman getrouwd. Ze waren samen met moeder vennoot van de onderneming.
Het pand had 8 kamers voor vaste gasten. Drie op de begane gronde en 5 op de eerste verdieping. Op de begane grond was ook de keuken. De mooiste kamers waren voor de gasten, de familie zelf woonde op zolder. Deze kamers werden afgeschermd met gordijnen. Meneer sliep in een nisje.
Meneer en mevrouw Jaegermann-Kemperman kregen 2 kinderen, Walter en Ellis. Beiden zijn aan de Arnhemsestraatweg geboren en daar grotendeels opgegroeid.
Op een gegeven moment is moeder in de garage gaan wonen. En nog weer later werd deze verbouwd tot een mooie woonruimte. In de loop der tijd kwamen er door de leeftijd van moeder steeds meer taken op mevrouw neer.
Behalve het huis en de garage stond op het perceel nog een houten gebouwtje met de naam 'Dennenoord'. Dit werd ook verhuurd en later gebruikten Walter en zijn vriend Ronald Gunsing het als disco.
Eind zestiger jaren vond er een omnummering plaats van het pand. Vierendertig veranderde in 346. De 6 kon in de administratie en correspondentie eenvoudig bijgezet worden.
In 1970 kwam er een regel, dat als er meer dan 4 mensen ouder dan 65 in één huis woonden (waaronder moeder) het verplicht een bejaardentehuis moest worden met de daarbij behorende verplichtingen. Bijvoorbeeld het bellensysteem en een brandtrap.
In 1977 zijn ze met het pension gestopt en kreeg het pand een kantoorbestemming. Moeder verhuisde meer naar de Loevesteinlaan in Presikhaaf, waar de familie ging wonen.

Mevrouw (Ans) Jaegermann- Kemperman vertelt: 'De pensiongasten brachten meestal zelf hun meubels mee. Wel kregen ze een koelkastje van ons. Wij zorgden voor de maaltijden. Tussen de middag aten we warm. Boodschappen deden we voornamelijk bij de kleine ondernemers in Velp. Bij een veeboer in Huissen haalden we weleens een varken, die we lieten uitbenen. Moeder maakte de worst zelf. In de kelder stond een grote diepvrieskist. We hadden nooit klachten van de warenwet. In de winter hadden we een gedeelte van de kelder afgeschut voor kleiaardappelen.
Het was hard werken, ik stond vroeg op en dan begon de dag met ontbijt brengen, maar ook de was doen, verzorgen van mensen als ze ziek waren, kamers schoonmaken enz. behoorde tot mijn taken. Vaak werden moeder en ik geholpen door een vrouwelijk personeelslid.
Op de linker foto ben ik op weg om de pensiongasten van ontbijt te voorzien. Op de rechter foto zit moeder Rietveld even uit te rusten van haar werkzaamheden. Ze heeft haar schort nog voor. De andere vrouw is onze toenmalig hulp.

Mevr. Jaegermann-Kemperman Moeder Rietveld


We hadden altijd goede contacten met de pensiongasten. Twee gasten werden door onze kinderen opa en oma genoemd. Van sommige gasten mochten de kinderen mee als ze een uitstapje maakten. Eigenlijk waren we één grote familie. Als de gasten jarig waren, mochten ze kiezen wat ze wilden eten. Een gast wilde dan altijd 'kip op de wijze van grootmoeder' en een andere gast koos altijd foe yong hai. Dit heb ik leren maken van iemand uit MenukaartIndonesië. Meneer Jaegermann vult aan: 'We hebben nog een menukaart van toen het pension 25 jaar bestond.' Mevrouw gaat verder: 'Er kwam op een keer een meneer Peters, van wie gezegd werd dat die nooit zou kunnen wennen. Hij was medewerker geweest bij de plantsoenendienst van de gemeente. Ik bood hem aan het  tuingereedschap te mogen pakken wanneer hij maar wilde en drukte hem op het hart gewoon zijn gang te gaan zonder het te vragen. De man kikkerde helemaal op en ik had een goede hulp. De tuin was mijn grote hobby. Het was een leuke tijd. Toen wij al gestopt warenHeer en mevrouw Jaegermann namen we weleens het pension van de heer en mevrouw de Waal aan de Rozendaalselaan over als ze op vakantie gingen.'
Later zijn de heer en mevrouw Jaegermann, de vroegere pensionhouders, met kinderen en kleinkinderen nog een keer gaan kijken in het pand aan de Arnhemsestraatweg. De familie maakte de foto. (Gesprek Walter Jaegermann, maart 2014)

 

Copyright © 2012 Historievandaalhuizen.nl. Admin