Kapper Afdrukken E-mail

Van Geldere

Familie van Geldere in de kapsalonOp nummer 1 van de Enkweg zat de kapsalon van de gebroeders Van Geldere. Janus knipte de dames en Bertus de heren. Ook de medewerkers van de heren Van Geldere waren familieleden, het waren twee neven die ook broers van elkaar waren. De zonen van broer Chris, die aan de Bergweg nummer 30 woonde. Zie foto. Van links naar rechts: Huib, Bertus, Janus en Toon. De dame op de foto was ook een medewerkster van de kapsalon. Deze foto werd gemaakt ter gelegenheid van een verbouwing van de zaak in 1964, de zaak was gemoderniseerd. Velen weten zich nog te herinneren dat meneer Van Geldere altijd rond reed in een blauwe Fiat. Tot 75 jarige leeftijd was meneer Van Geldere werkzaam in de zaak, in 2000 is hij overleden. Mevr. Van Geldere woont nog steeds op de Enkweg. Ze kregen geen kinderen. Er was ook nog een zus van meneer Van Geldere werkzaam in de zaak, zij woont nu in ’t Jagthuis. Op maandag werd altijd de hele winkel schoongemaakt, ze begonnen om half zes in de ochtend. En als het gesneeuwd had werd ook de hele stoep geveegd. Het pand heeft nu geen bedrijfsfunctie meer. Het 50e jarig bestaan van de zaak was in 1985, de krant berichtte hierover. Het krantenartikel en de foto zijn door mevrouw Van Geldere beschikbaar gesteld.

 

‘VELP – Op 23 april a.s. zal het 50 jaar geleden zijn, dat de gebroeders A. en G. van Geldere een dames- en herenkapsalon begonnen aan de Enkweg no. 1 te Velp. De nog jonge broers – 19 en 15 jaar oud – begonnen in 1935 gezamenlijk aan, wat men zou kunnen noemen, dit experiment: immers men moest van de grond af aan beginnen en een klantenkring proberen op te bouwen.  De eerste cliënten waren hoofdzakelijk heren, die “naar de barbier gingen om te knippen en te scheren”. Na ongeveer een jaar nam het aantal damesklanten toe en men ging over tot een splitsing in dames en herensalon. In de damessalon zwaaide A. van Geldere de scepter, zijn broer nam de herensalon voor zijn rekening. De kring van cliënten groeide en zo werd met name de bezetting van de herensalon uitgebreid met twee bedienden, ook twee broers n.l. H. en Ant. Van Geldere, neven van deKrantenartikel eigenaren. Zij hebben respect. 12 en 10 jaar meegewerkt.  Toen de lange haardracht, met name bij jongeren , mode werd, had dat uiteraard gevolgen voor de kappers: men hoefde immers niet meer zo vaak als vroeger. Ook laat men zich niet meer scheren bij de kapper. De heren zijn allemaal “doe –het- zelvers” geworden. In 1964 werd de zaak gemoderniseerd.Beide heren Van Geldere (zie foto) vinden dat er de afgelopen 50 jaar het een en ander is veranderd en niet alleen in haardracht, maar ook in de tarieven. Ook was het in de begin jaren gemoedelijker in de salons, men kende elkaar en alle nieuwtjes werden breeduit uitgewisseld. De jubilarissen kijken met voldoening op de afgelopen halve eeuw terug, waarin zij hun beroep steeds met vakbekwaamheid en plezier hebben uitgeoefend. Logischer wijze echter, zal ook de herenkapper, in navolging van zijn broer, het in de toekomst kalmer aan gaan doen. En terecht, na een zo arbeidzaam leven van 50 jaar. Een uniek jubileum, dat op zaterdag 27 april a.s. gevierd wordt met een receptie in Taveerne “De Watermolen” aan de Pres. Kennedylaan te Velp, ’s middags van16.00-19.00 uur’.

 

Schülski

Kapper Schϋlski, geboren in Berlijn, trouwde met mevrouw Kamphuis. Vanaf 1930 woonden zij aan de Enkweg 35, in een middenstandswoning met de bouwstijl Amsterdamse School, waar de heer Schϋlski een kapperszaak veAdvertentie Schulskistigde. Ze kregen vier kinderen. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak kwam er een einde aan het rustige bestaan van de familie. Door het huwelijk had het gezin de Duitse nationaliteit, maar ze voelden zich Nederlands. Ondanks Duitse komaf en het in dienst treden van de heer Schϋlski in het Duitse leger waren deze moedige mensen actief in het verzet. Hierover is meer te lezen bij Enkweg.
De advertentie is gevonden in een Velpsche Courant van 1945.

Kapper
De heer Hans Fritz Max Schϋlski werd in 1905 in Berlijn Schoeneberg geboren, na de Mittelschule volgde hij de opleiding tot Friseur, een zeer brede opleiding tot dames en herenkapper , grimeur en pruikenmaker.
Die opleiding sloot hij in 1922 met goed gevolg af en besloot direct daarna Berlijn te verlaten om uiteindelijk in Zwitserland te gaan werken.
Het werd echter Goslar in de Harz en daar kwam hij in contact met een Nederlands kappersechtpaar dat onder de indruk kwam van zijn vakbekwaamheid en uitstraling. Zij nodigden hem uit naar Nederland te komen om in hun zaak als eerste bediende te gaan werken. Na enige aarzeling gaf hij toe en vertrok naar Nederland. Na een relatief korte periode kreeg hij een aanbod om in Zwolle te gaan werken en daar ontmoette hij zijn toekomstige vrouw, Berendina Janna Kamphuis.
Hoewel haar moeder niets zag in de jonge Duitser zetten zij hun relatie toch door en trouwden ze in 1930, waarna de heer Schϋlski besloot zelf een zaak in Velp te starten.
De heer en mevrouw Schϋlski kregen vier kinderen. Oudste zoon Otto, een tweeling in 1938 en nog een zoon geboren in de oorlog.

De kapperszaak
Zoon Otto Schϋlski vertelt: 'Aan de Enkweg vonden zij een twee onder één kap woning met een tuin voor en achter. De benedenverdieping had drie kamers, een keuken en een toilet. Onze woonkamer was klein. Onder de keuken was nog een kelder. De bovenverdieping bestond uit twee redelijk grote slaapkamers en twee kleinere slaapkamers. Twee kamers hadden een wastafel met een koudwaterkraan.
Aan de voorkant van het huis hing aan de muur een bord met: 'Dames en Heeren kapsalon, Enkweg 35 tel. '.
De kapsalon bestond uit een herensalon en een damessalon, gescheiden door schuifdeuren. Beide ruimten werden verwarmd door een gashaard. De herensalon was in mijn beleving 5 bij 4 meter. Tegen de wand waren spiegels aangebracht, boven een doorlopende lage kastenwand met daarop marmeren platen waarop allerlei kappersattributen en verkoopartikelen als crèmes en dergelijke lagen. Tegenover de spiegelwand was een wastafel met daarboven ook een spiegel. In de hoek stond een opbergkast. Er stonden twee comfortabele kappersstoelen en er was een zitje aan de zijkant bij de schuifdeuren. Aan de wand naast de schuifdeur hing een kapstok waar de klanten hun jas op konden hangen. Er hing altijd een gezellige sfeer van pratende of lezende klanten.
De damessalon was in die tijd kleiner dan de herensalon. Voor de oorlog werkte mijn vader met een 'bediende' in de herensalon en een kapster in de damessalon. Er was een tijd dat de broer van mijn moeder in de zaak werkte om het vak te leren. Hij kreeg een goede leerschool. Mijn vader oefende het complete kappersvak uit, grimeerde, maakte pruiken en jureerde namens de kappersvakbond. De dames en herenkapsalon van mijn ouders was voor de oorlog een zeer goed beklante zaak waar mensen als burgemeester Zimmerman en onder meer baron Van Pallandt vaste klant waren.'

De Tweede Wereldoorlog veroorzaakte een ommekeer in het leven van de familie Schϋlski. Door het huwelijk had het gezin de Duitse nationaliteit, terwijl zij zich Nederlands voelden. Omdat zijn gezin gevaar liep trad de heer Schϋlski met tegenzin in dienst bij het Duitse leger. Zijn zaak verliep omdat de bediende, die de zaak voortzette, de verdiensten niet of nauwelijks afdroeg aan mevrouw Schϋlski. Hij ontsloeg de bediende en diende een verzoek in om ontslag uit de dienst, dat werd geweigerd en mevrouw Schϋlski moest het maar zien te redden met zijn karige soldij. Als de heer Schϋlski met verlof thuis kwam smeet hij zijn uniform in de kast in de hoek van de herensalon om vervolgens zijn witte jas aan te trekken en ging dan aan het werk.De eerste jaren van de oorlog kwam hij nog regelmatig thuis, maar later kwam hij nog maar sporadisch met verlof. In 1940, 1941 en 1942 werd er voor de damessalon een kapster gevraagd.

Na de oorlog was de eerste vereiste om een verblijfvergunning te bemachtigen. De heer Schϋlski werd hierbij door verschillende mensen geholpen. Hierna begon de strijd om de Nederlandse nationaliteit, een strijd welke tot 1953 zou duren. In de moeilijkste periode werd het plan geopperd om te emigreren naar Australië, maar dat plan zag mevrouw Schϋlski niet zitten.

Met een minimum aan apparatuur zette de heer Schϋlski, zo goed en kwaad als het ging zijn kapperszaak voort. Er was geen geld om personeel te betalen. Wel werd de damessalon enkele jaren na de oorlog naar buiten uitgebouwd, waardoor deze salon ongeveer dezelfde afmetingen kreeg als de herensalon. Er waren drie 'werkplekken' gelijk aan de herensalon. Op de kastjes lagen of stonden naast de kappersattributen (zoals föhn, scharen, tondeuses, kammen e.d.) verkoopartikelen als parfums, crèmes en kammen ook enkele reclamestandaardjes van de toen bekende merken. In de uitbouw was een grote wastafel met spiegel gemonteerd en in de andere hoek stonden twee droogkappen en op verrijdbare standaards bevestigde wasbakken om haren te wassen. Op de vloer lag marmoleum. In de damessalon werd op afspraak gewerkt. Eén van de klanten was mevrouw Heyink, de moeder van mevrouw Kip. Mevrouw Kip wist nog dat de behandeling die haar moeder dan onderging 'onduleren' genoemd werd, dat was ongeveer wat nu wassen en watergolven inhoud.

De heer Schulski bij een klant. ong. 1965 De dameskapsalon


Regelmatig hielp meneer Schϋlski een klant van wie het haar door een andere kapper niet goed behandeld was.
De voordeur stond gedurende de werkuren altijd open en via een tussendeur en door het kleine halletje kon men doorlopen naar één van beide salons. Meneer Schϋlski werkte van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Vroeg in de ochtend kwamen de klanten voordat ze naar het werk gingen, respectievelijk 's avonds wanneer ze van het werk terugkwamen. Klanten die op afwijkende tijden belden konden altijd terecht, zowel dames als heren. De klanten kwamen uit Rozendaal en Velp en in de zomertijd waren er de vaste gasten. Eén van die gasten uit het westen, bood de heer Schϋlski aan een goed beklante damessalon in Den Haag over te nemen, maar hij durfde het niet aan.
Meneer Schϋlski heeft zijn zaak nooit meer het elan van voor de oorlog kunnen geven. De heer en mevrouw Schϋlski leidden een hard leven en werkten hard om het beter te krijgen.

De heer Schϋlski sloot de zaak op de dag dat hij een vast inkomen kreeg, zijn A.O.W., dat was voor hem ongekend. Met wat bijklussen in bijvoorbeeld Avondzon, kon hij het zich permitteren om wat rustiger aan te gaan doen. De heer Schϋlski overleed in Velp in 1982 in de voormalige kapperszaak. Mevrouw Schϋlski-Kamphuis overleefde hem vele jaren en bleef tot op hoge leeftijd wonen aan de Enkweg 35 tot ze op 91 jarige leeftijd in een verzorgingshuis in Arnhem overleed.

Alle informatie is ter beschikking gesteld door Otto Schϋlski, de oudste zoon.
Otto Schϋlski laat weten (2013): ik heb nog twee zusters (een tweeling) geboren in 1938 en een broer geboren in de oorlog, alle drie leven nog maar wonen niet meer in Velp.

 

Mevrouw Zweers

In 1980 zijn de heer en mevrouw Zweers met hun dochter komen wonen op Bergweg 70. Hij had een stukadoorsbedrijf en gebruikte de loods als werkplaats en opslagruimte. Achter het huis bevond zich ook nog een kantoor en een kapsalon. Mevrouw Zweers was kapster en is 47 jaar als zodanig werkzaam geweest. Ze heeft eerst een kapsalon in Arnhem gehad. Ze kapte vooral dames op hoge leeftijd. Voor veel mensen was ze behalve kapster ook ‘sociaal werkster’. Sommige klanten heeft ze 47 jaar gekapt. Het was dan ook geen makkelijk besluit om met de zaak te stoppen. Mevrouw Zweers is in januari 2009 verhuisd.

 

Copyright © 2012 Historievandaalhuizen.nl. Admin